Waarde: Het geldsysteem is kapot!

Koopkracht, inflatie Waarde

Geld als meeteenheid: Geld is een rekeneenheid die we gebruiken om dingen met elkaar te vergelijken. Omdat de waarde van geld afhankelijk is van economische factoren zoals inflatie, economie, en vraag en aanbod, verandert de waarde ervan voortdurend.

Dit betekent dat de schaal van geld niet constant is. In tegenstelling tot natuurkundige grootheden zoals lengte of massa, is de waarde van geld niet objectief meetbaar.


Voordat ik mijn punt kan maken, eerst wat basisinformatie

Het zal vast en zeker droge stof zijn, maar het is even nodig om jou in de juiste richting te laten denken. We meten dagelijks van alles en nog wat, in onze auto hoe hard we rijden, de afstand naar ons werk of naar de klant, de temperatuur, de tijd, gewicht, calorieën etc. Maar wat is meten nu precies?

Meten is het proces van het kwantificeren van een eigenschap van een object of fenomeen door het te vergelijken met een standaard. Dit stelt ons in staat om objectieve en herhaalbare waarnemingen te doen.

Grootheden en Eenheden

Een grootheid is een eigenschap die meetbaar is, zoals lengte, massa, tijd of temperatuur. Om een grootheid uit te drukken, gebruiken we een eenheid. Een eenheid is een afgesproken maatstaf waarmee de grootheid wordt gemeten.

Voorbeelden van grootheden en hun bijbehorende eenheden:

  • Lengte – meter (m)
  • Massa – kilogram (kg)
  • Tijd – seconde (s)
  • Temperatuur – kelvin (K)
  • Elektrische stroom – ampère (A)

Om een grootheid te meten, moeten we een referentiepunt of standaardwaarde hebben. Het internationale stelsel van eenheden (SI-stelsel) biedt gestandaardiseerde eenheden die wereldwijd worden gebruikt.


De betekenis van geld als grootheid?

Geld functioneert als een economische grootheid die waarde uitdrukt. De eenheid waarin geld wordt gemeten, verschilt per land en systeem. Traditioneel wordt fiatgeld zoals de euro, dollar of yen gebruikt als standaard.

In tegenstelling tot natuurkundige grootheden zoals lengte of massa, is de waarde van geld dynamisch en afhankelijk van marktfactoren zoals inflatie, rente en vertrouwen in het monetaire systeem. Dit betekent dat geld in essentie niet objectief meetbaar is zoals andere grootheden en ook niet opgenomen is in het SI-stelsel.

De waarde van fiatgeld is niet intrinsiek, maar wordt bepaald door perceptie, overheidsbeleid en marktwerking. Hierdoor is geld in feite een rekeneenheid zonder vaste maatstaf, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een kilogram of meter, die wel absolute referentiepunten hebben.


We meten alles in euro’s

Wanneer we alles in termen van euro’s of dollars meten, bijvoorbeeld door kilometers om te rekenen naar reiskosten, geven we een prijs aan dingen die, op dat moment in tijd, die waarde hebben. Geld, zoals de euro of de dollar, is niet gekoppeld aan iets tastbaars zoals goud of zilver. Het is geld omdat we er allemaal in geloven en het accepteren als waardevol.

Wat betekent dat?

  1. Vertrouwen is belangrijk: De waarde van geld hangt volledig af van het vertrouwen dat we erin hebben. Als we iets omrekenen naar euro’s, meten we dus niet alleen hoeveel geld iets waard is, maar ook hoeveel vertrouwen we hebben in het systeem dat het ondersteunt.
  2. Geld is een abstract idee: In het verleden was geld gekoppeld aan iets fysieks, zoals goud. Maar nu is geld meer een idee: het is een rekeneenheid die we gebruiken om dingen te vergelijken. Daardoor heeft geld zelf geen echte waarde, alleen de waarde die we eraan geven.
  3. Geld maakt alles vergelijkbaar: Omdat we alles meten in geld, kunnen we gemakkelijk dingen met elkaar vergelijken en handel drijven. Maar dit betekent ook dat we vertrouwen hebben in het systeem achter het geld. Geld is dus een soort afspraak die we allemaal volgen, en werkt alleen zolang we het systeem vertrouwen.

Maar het referentiepunt veranderd steeds?

De waarde van geld is niet altijd hetzelfde en verandert voortdurend. Dit komt omdat geld zelf geen vaste waarde heeft. De “schaal” van geld is dus niet constant, en dat komt door verschillende redenen:

  1. Inflatie: Dit betekent dat de prijzen van dingen zoals boodschappen, huizen of energie steeds hoger worden. Daardoor kun je met hetzelfde bedrag in de toekomst minder kopen dan je nu zou kunnen. De waarde van geld neemt af, dus de schaal verandert.
  2. De economie: De waarde van geld kan ook omhoog of omlaag gaan, afhankelijk van hoe goed het gaat met de economie. Als er een crisis is, kan de waarde van geld dalen. Als het goed gaat met de economie, kan de waarde weer stijgen.
  3. Vraag en aanbod: Hoeveel mensen vertrouwen in het geld hebben, kan de waarde ervan beïnvloeden. Als mensen vertrouwen hebben in de economie en het geldsysteem, blijft de waarde van geld redelijk stabiel. Maar als dat vertrouwen afneemt, kan de waarde snel veranderen.

Hoe is dat referentiepunt veranderd in de afgelopen jaren?

Het referentiepunt van geld is inderdaad in de afgelopen jaren flink veranderd, en dat heeft alles te maken met inflatie, economische ontwikkelingen en veranderingen in het monetaire beleid. Laten we eens kijken naar een paar voorbeelden om dit te verduidelijken:

Een huis kopen

In 1995 kostte een gemiddeld huis in Nederland 93.750 euro. Datzelfde huis kost nu in 2025 volgens het CBS 474.534 euro.

  • Dit betekent een stijging van meer dan 400%.
  • Of anders gezegd: de prijs van een gemiddeld huis in 2025 is meer dan vijf keer zo hoog als in 1995.
Consumentenprijzen

Hoewel de huizenmarkt sterk wordt beïnvloed door vraag en aanbod en andere economische factoren, zijn ook de prijzen van basisgoederen en diensten flink gestegen. Volgens het CBS zijn de consumentenprijzen sinds 1995 als volgt gestegen:

  • In 1995 had je voor 10 euro genoeg om een bepaald aantal boodschappen te doen, maar in 2024 zou je 19,78 euro nodig hebben voor dezelfde boodschappen.
  • Dit betekent een stijging van ruim 97%, oftewel je hebt nu twee keer zoveel euro’s nodig om hetzelfde te kopen. Je zou ze maar 30 jaar in een oude sok hebben zitten!

Kijk ik naar de recentere periode van 2019 tot 2024, dan zien we dat de consumentenprijzen met 22,7% zijn gestegen.

Hoewel dit minder is dan de prijsstijgingen van de langere periode (1995-2024), is het nog steeds een significante stijging, wat duidt op een verlies van koopkracht over deze vijf jaar.

Dit betekent dat 10 euro in 2019 in 2024 overeenkomt met 12,27 euro.


Is het geldsysteem stuk?

(Fiat)geld heeft zich bewezen als een praktisch en efficiënt middel voor ruil en om verschillende goederen en diensten met elkaar te vergelijken. Het biedt ons de mogelijkheid om salaris of beloningen te ontvangen in ruil voor tijd, kennis en/of goederen. Maar hoewel het een waardevol instrument is in ons dagelijkse leven, is het belangrijk om te beseffen dat fiatgeld absoluut geen betrouwbaar spaar- of waardemiddel is.

Het is tijd om fiatgeld te zien voor wat het is: een ruilmiddel, maar niet een oplossing voor het bewaren van waarde op de lange termijn. Voor die rol moeten we alternatieven zoeken die beter bestand zijn tegen de onvermijdelijke veranderingen in de waarde van geld.